Slijkerman Financiële Planning

Lid van:

FFP VOFP DSP

Uw Onafhankelijk Financieel Planner, Mediator & Echtscheidingsbemiddelaar

De verdeling van financiële steun tussen ex-partners moet eerlijker?

De verdeling van financiële steun tussen ex-partners moet eerlijker? Zo stellen PvdA, VVD en D66 in een deze week ingediend wetsvoorstel om de partneralimentatie te verkorten van 12 naar 5 jaar.

Deze week verscheen het bericht in de landelijke dagbladen dat de politieke partijen PvdA, VVD en D66 een wetsvoorstel hebben ingediend om de duur van de partneralimentatie te verkorten tot een duur van maximaal 5 jaar. Het voorstel komt er in het kort op neer, indien er geen kinderen zijn geboren en het huwelijk heeft niet langer geduurd dan 3 jaar, in het geheel geen partneralimentatie meer wordt overeengekomen. Bij een huwelijk waarbij wel kinderen zijn geboren en waarbij de zorg onevenwichtig is verdeeld – met ander woorden: bij co-ouderschap waarbij beide ouders werken wordt ook geen partneralimentatie meer overeengekomen – wordt maximaal een partneralimentatie overeengekomen tot het moment waarop het jongste kind 12 jaar is. Dit was feitelijk ook de bedoeling van de politiek toen in juli 1994 de duur van de partneralimentatie werd aangepast van levenslang naar een duur van maximaal 12 jaar. Helaas wordt de duur van 12 jaar vandaag de dag in de rechtbank als een vrij onwrikbare gegeven opgelegd. De VVD, PvdA en D66 hebben de overtuiging dat de huidige duur van de partneralimentatie van 12 jaar niet meer aansluit bij de beleving van de huidige maatschappij. Immers, zo stellen de partijen, hebben vrouwen tegenwoordig net zoveel kansen op de arbeidsmarkt als mannen en zou een korte duur een extra prikkel zijn voor de alimentatiegerechtigde om in eigen levensonderhoud te voorzien. Dit wordt gesteld omdat in 99 van de 100 gevallen de partneralimentatie nog altijd door een man wordt betaald.

Daarnaast verdwijnt ook de welstandsnorm. Waar het nu gebruikelijk is om voor het bepalen van de behoefte aan partneralimentatie aan te sluiten bij de welstand die partijen gewend waren tijdens het huwelijk (minus de kosten van de kinderen), wordt in het wetsvoorstel alleen nog maar tegemoet gekomen aan het verlies aan verdiencapaciteit voor die partner die door het huwelijk (en eventuele kinderen) minder heeft kunnen werken.

Reactie op dit nieuwsbericht:

Dat de praktijk weerbarstiger is moge duidelijk zijn. Hoe flexibel is bijvoorbeeld de huidige arbeidsmarkt? Wat te denken van oudere partners (50+) in dit kader. Deze groep kan zich, na aannemen van dit voorstel, vanaf 55 jaar weer op de arbeidsmarkt begeven. Hoe zeker is, los van de inspanning en motivatie, de kans op een baan? Natuurlijk zijn er ook genoeg voorbeelden te noemen die schrijnend zijn voor de alimentatieplichtige. Jammer dat in de kranten vooral deze voorbeelden staan. Mijn mening is dat het vaststellen van de hoogte en de duur van partneralimentatie maatwerk is en deze vaststelling thuis hoort bij de onafhankelijke rechter of bij partijen zelf indien de scheiding in overleg wordt geregeld. Iets wat in mijn praktijk ook steeds vaker onderwerp van gesprek is. Duidelijk is dat dit nieuwsbericht in ieder geval een goed voorbeeld is van de huidige – niet meten is weten, maar gewoon brullen – wijze van politiek drijven in ons land. Waarschijnlijk zal dit nieuws, zo vlak voor de verkiezingen in september, extra stemmen genereren.